1 kg rundvlees (sucade of riblap) – Hak het in blokjes van 2-3 cm, want we zijn hier niet om te friemelen. Dit is Texas, geen puzzel.
2 dikke uien – Snijd ze fijn en huil er lekker bij, want het leven is toch al een tranendal.
4 teentjes knoflook – Ook fijngehakt. Geen knoflook? Dan ben je een vampier en mis je de hele show.
2 gedroogde ancho chilipepers – Week ze in heet water en pureer ze tot een pasta. Dit is de rokerige baslijn van je chili-concert.
2 gedroogde guajillo chilipepers – Zelfde truc: weken, pureren, en je bent ineens een chili-DJ.
1 verse jalapeño – Fijnsnijden, zaadjes erin als je ballen hebt, eruit als je een softie bent.
2 el tomatenpuree – De rode kit die alles bij elkaar plakt. Zonder dit is je chili een droge bende.
1 tl komijnpoeder – De specerij die je chili een persoonlijkheid geeft. Geen komijn? Ga terug naar de basischool.
1 tl gedroogde oregano – Want zelfs cowboys hebben klasse.
1 tl gerookt paprikapoeder – Voor die BBQ-in-de-hel-vibe.
½ tl cayennepeper – Of meer, als je wilt dat je tong om een brandblusser smeekt.
1 laurierblaadje – Gooi het erin en vergeet het. Het werkt achter de schermen, net als je geweten.
500 ml runderbouillon – Water is voor planten, wij gebruiken bouillon.
1 kop maiskorrels – Zoete crunch, want Zuid-Amerika snapt hoe je lol trapt.
1 kop pompoen – In blokjes, voor een Andes-touch. Of Halloween, wat jij wilt.
2 el aji amarillo pasta – Optioneel, maar sla je dit over, dan ben je een angsthaas. Dit is Peruaanse pit, baby.
Zout en peper – Naar smaak, want zelfs chaos heeft regels.
Olie – Om te bakken, niet om je mee in te smeren (tenzij je dat wilt, ik oordeel niet).
Bereiding.
Hoe Maak Je Deze Beestachtige Chili?
Chilipepers Fixen
Dump die ancho’s en guajillo’s in heet water tot ze slap zijn, net als jij na drie biertjes. Na 15-20 minuten: steeltjes en zaadjes eruit (of niet, leef gevaarlijk), en pureer ze tot een pasta. Dit is je chili’s heartbeat.
Vlees Aanvallen
Kruid je rundvlees met zout en peper alsof je het klaarstoomt voor de ring. Verhit olie in een stoofpan en bak het vlees in porties bruin. Alles tegelijk? Dan ben je een luie donder en wordt het natte troep.
Uien en Knoflook Zweten
Gooi de uien en knoflook in de pan. Fruit ze tot ze zacht zijn – vijf minuten, terwijl je de geur opsnuift en je kort een keukenkoning voelt.
Specerijen en Pepers Erin
Mik de komijn, oregano, paprika en cayenne erin. Bak kort mee tot je huis ruikt als een specerijenbazaar. Roer dan de chili-pasta’s en jalapeño erdoor. Nu begint het feest.
Vlees en Tomatenpuree Samenvoegen
Vlees terug in de pan, mengen met de specerijen. Tomatenpuree erbij, even meebakken. Dit is de fundering, verknal het niet.
Bouillon en Extra’s
Giet de bouillon erbij, plus laurier, mais en pompoen. Aan de kook brengen. Het borrelt nu als een heksenbrouwsel – perfect.
Sudderen tot Goddelijkheid
Vuur laag, deksel erop, en laat het 2-3 uur pruttelen. Het vlees moet uit elkaar vallen, net als je geduld. Roer af en toe, voeg bouillon toe als het te dik wordt.
Proeven en Fiksen
Proef. Te tam? Meer cayenne. Te vlak? Zout. Te saai? Had je maar aji amarillo gebruikt. Haal het laurierblaadje eruit, niemand eet dat.
Oplepelen
Schep het in kommen, pimp met kaas, zure room, koriander of chimichurri. Serveer met chips, brood of rijst, of eet het als een holbewoner.
Tips voor de Chili-Wannabe
Geen ancho of guajillo? Chilipoeder kan, maar het is als een fiets in plaats van een motor.
Aji amarillo is de Peruaanse kers op de taart – scoor het online.
Mais en pompoen? Niet Texas, wel lekker. Het is 2023, deal ermee.
Laat het een dag staan, smaken worden beter, net als jij na een nacht slaap.
Dit is ‘m, peeps: chili con carne die je smaakpapillen sloopt en je maag laat juichen. Texas meets Zuid-Amerika in een pot vol glorie. Niet lekker? Dan ben je kapot. Eet ze, of niet, mij boeit het niet.
Tare-saus fixen: Gooi sojasaus, mirin, sake, suiker, kippenbotten en kombu in een pan. Middelhoog vuur, breng aan de kook, dan laag en 30 minuten laten sudderen tot het stroperig is. Zeef die shit en zet apart. Verknal dit en je kan net zo goed een diepvriespizza opwarmen.
Yuzu kosho-pasta: Meng yuzu kosho, sake en suiker. Klaar. Zet apart, geen rocket science.
Spiesjes rijgen: Snij de kip in blokjes van 2,5 cm, wissel af met bosui. Niet te strak rijgen, geef ze ruimte, anders wordt het een droge bende. Levers en harten apart, als je durft.
Grillen: Verhit je grill – binchotan-houtskool is king, anders ben je een pleb. Hoge hitte, maar geen vlammen, je wil roosteren, niet verbranden. Gril de spiesjes 8-10 minuten, draai vaak, anders ben je een amateur. Bestrijk de laatste 2 minuten met tare of strooi zout – jouw keuze, maar doe het goed.
Serveren: Op een schaal, drizzle extra tare erover (of zout), yuzu kosho-pasta, shichimi togarashi, sansho-peper en citroen erbij. Laat je gasten zelf hun spiesjes pimpen. Als ze niet weten wat ze doen, is dat hun probleem, niet het mijne.
Tips van de baas
Marineer als een pro: Laat de kip 30 minuten in de tare weken voor extra smaak. Te lui? Sla over, maar verwacht niet dat het smaakt als in Tokio.
Niet verneuken: Levers tot net roze, harten tot stevig. Te gaar = rubber, en dan heb je het verkloot.
Grillskills: Draai vaak, anders krijg je droge troep en sta je voor schut.
Extra’s: Gooi er wat shiitake of varkensbuik bij als je wilt flexen.
Dit is yakitori zoals het hoort: simpel, smaakvol en zonder bullshit. Eet smakelijk, of zoals de Japanners zeggen: Itadakimasu!
1 theelepel gemalen koriander – Geeft die aardse smaak.
½ theelepel gemalen komijn – Voor extra diepte.
1 theelepel geraspte gember – Fris en pittig.
1 eetlepel citroensap – Een zure touch.
2 eetlepels kokosmelk – Houdt het gehakt mals en helpt binden.
Snuf zout – Niet te veel, kecap is al zoutig.
Houten spiesjes – Week ze 30 minuten in water tegen verbranden.
Voor de pindasaus
150 gram geroosterde pinda’s, fijngemalen – Zelf roosteren is top.
1 sjalot, fijngesneden – Klein maar smaakvol.
1 teentje knoflook, gehakt – Subtiele kick.
1 rode lombok, fijngesneden – Mild pittig, pas aan naar smaak.
150 ml kokosmelk – Voor een romige saus.
1 eetlepel kecap manis – Extra zoet.
1 theelepel citroensap – Frisheid.
1 eetlepel palmsuiker – Voor balans.
1 eetlepel arachideolie – Om te fruiten.
Zout naar smaak – Proef en pas aan.
Extra’s
Gebakken uitjes – Voor die crunch.
Komkommerblokjes – Fris en klassiek.
Bereiding.
Marinade maken en gehakt mengen
Doe het kipgehakt in een grote kom. Voeg kecap manis, palmsuiker, knoflook, koriander, komijn, gember, citroensap, kokosmelk en een snuf zout toe. Kneed alles goed door met je handen tot het een egale mix is. Laat het minstens 1 uur marineren in de koelkast – langer mag ook voor meer smaak.
Spiesjes vormen
Neem een handje gehakt en vorm het om de geweekte spiesjes, als een langwerpige gehaktbal. Druk stevig maar niet te hard, zodat het goed blijft zitten. Maak ze niet te dik, anders garen ze niet gelijkmatig. Zet de spiesjes even terug in de koelkast om op te stijven terwijl je de grill voorverwarmt.
Pindasaus bereiden
Verhit de arachideolie in een pannetje op middelhoog vuur. Fruit de sjalot, knoflook en lombok 2-3 minuten tot het lekker ruikt. Voeg de gemalen pinda’s, kokosmelk, kecap manis, citroensap en palmsuiker toe. Roer goed en laat het 10 minuten pruttelen op laag vuur tot het een dikke, gladde saus is. Te dik? Voeg een scheutje water toe. Proef en breng op smaak met zout.
Spiesjes grillen
Grill de spiesjes op medium vuur, ongeveer 10-12 minuten. Draai ze regelmatig voor een egale, bruine korst. Check of het gaar is door een spiesje open te snijden – het moet juicy blijven, dus niet te lang grillen!
Serveren
Leg de spiesjes op een schaal, schep er wat pindasaus overheen en strooi gebakken uitjes erover. Serveer de rest van de saus in een kommetje ernaast. Komkommerblokjes erbij voor frisheid. Lekker met pandanrijst of gewoon als snack.
Tips voor succes
Kipdijgehakt: Dit is sappiger dan borstgehakt, dus echt een must.
Kokosmelk: Zorgt dat het gehakt niet uitdroogt en bindt het zonder rare toevoegingen.
Dunne spiesjes: Te dikke lagen gehakt garen niet goed door.
Medium vuur: Perfecte balans tussen gaar en mals.
Dikke saus: Reduceer de pindasaus iets meer, dat past beter bij gehakt.
Met dit recept heb je Satéh Ajam Toesoek met gehakt die de traditionele smaken rockt, maar met een malse, nieuwe twist. Maak het, proef het, en geniet ervan – succes!
600 gram varkensbuik (of schouder als je moeilijk doet), in stoere blokjes van 2,5 cm gehakt.
150 gram geroosterde pinda’s, fijngemalen – ja, zelf roosteren, luilak, dat maakt het verschil!
2 eetlepels kokosolie – of gewone olie als je kokos haat, jouw verlies.
1 grote sjalot, fijngesneden, anders proef je niks.
4 teentjes knoflook, fijngehakt – geen poeder, we zijn geen amateurs.
1 stuk galangal (2,5 cm), in plakjes – geen gember, dat is voor thee, niet voor dit!
2 stengels citroengras, alleen het witte deel, gekneusd en fijngesneden – ruikt als vakantie.
3 kaffir limoenblaadjes, gescheurd – essentieel, geen discussie.
1 theelepel gemalen koriander – voor die diepte, snap je?
½ theelepel gemalen komijn – niet overslaan, anders wordt het saai.
¼ theelepel gemalen nootmuskaat – beetje maar, anders smaakt het naar kerst.
2-3 rawit pepers, fijngehakt – of meer als je ballen hebt.
2 eetlepels tamarindesap – citroen mag, maar dan ben je minder cool.
2 eetlepels kecap manis – zoete soja, de lijm van dit gerecht.
1 eetlepel palmsuiker – bruine suiker kan, maar waarom zou je?
400 ml kokosmelk – uit een blik, geen light onzin.
200 ml water – ja, gewoon kraanwater, relax.
Zout – naar smaak, jij bent de baas.
Verse koriander of peterselie – voor de fancy touch aan het eind.
Bereiding.
Vlees in de marinade, NU!
Gooi die varkensblokjes in een kom met 1 eetlepel kecap manis en een snuf zout. Roer het door alsof je leven ervan afhangt en laat het 30 minuten staan. Geduld, vriend, dit wordt epic.
Kruidenpasta knallen
Pak je keukenmachine (of vijzel als je een hippe purist bent) en maal die sjalot, knoflook, galangal, citroengras en rawit pepers tot een gladde bende. Dit is je bumbu, de geheime wapens van dit recept. Ruikt al goed, toch?
Vlees bakken – GEEF GAS!
Smijt die kokosolie in een dikke stoofpan, medium vuur. Varkensvlees erin en bakken tot het goudbruin is. Niet half werk leveren, hè! Haal het eruit en leg het even te chillen.
Kruidenpasta fruiten – WAKKER WORDEN!
In dezelfde pan die bumbu erin mikken. Fruit het 3-4 minuten tot je keuken ruikt als een Indonesisch paradijs. Niet verbranden, anders kun je opnieuw beginnen – en dat wil je niet.
Specerijen en geurfeest
Gooi de koriander, komijn, nootmuskaat en die gescheurde limoenblaadjes erbij. Nog 1 minuutje bakken. Dit is waar de magie begint, mensen!
Alles samenvoegen – LET’S ROCK!
Varkensvlees terug in de pan. Tamarindesap, de rest van de kecap manis, palmsuiker, kokosmelk en water erbij. Roer het door alsof je een DJ bent. Mooi, hè?
Stoof-tijd – GEDULD IS EEN SCHOON DING
Aan de kook brengen, dan vuur laag en deksel erop. Laat het 1,5 uur sudderen tot dat vlees smelt op je tong. Roer af en toe, en als het te droog wordt, splash wat water erbij. Geen stress!
Pinda’s erin – DE FINALE TOETS
Vlees mals? Gooi die gemalen pinda’s erin en laat het nog 15-20 minuten pruttelen zonder deksel. De saus wordt dikker, de smaken exploderen. Dit is waar je vrienden je een standbeeld voor geven.
Proeven, mensen, PROEVEN!
Hap erin en check: meer zout? Extra suiker? Jij beslist, jij bent de chef!
Serveren – STRAAL ALS EEN BAAS
Schep het op een mooie schaal, strooi er koriander overheen (of peterselie als je rebels bent) en serveer met dampende jasmijnrijst. Bonuspunten: een limoenpartje erbij voor de frisheid. BOOM!
Tips van Dimitri (want ik weet alles)
Verse spullen: Geen gedroogde troep, dat proef je meteen. Galangal boven gember, altijd!
Langzaam stoven: Haastige spoed = taaie bende. Chill en wacht.
Pinda’s roosteren: Doe het zelf, dat nootachtige knalt eruit.
Smaak fixen: Te zoet? Meer tamarinde. Te flauw? Zout erin. Jij bent de held hier.
Daar heb je het, Daging Babi Katjang à la Dimitri! Een gerecht dat zo goed is dat je jezelf een schouderklopje geeft. Of je het nou verpest hebt of niet, het blijft lekker – dat is mijn garantie. Eet smakelijk!
500 gram varkensschouder of -buik (schouder voor bite, buik voor extra mals – kies je fighter)
Voor de marinade:
2 eetlepels sojasaus (lichte variant, geen ketjap – dat is voor later)
1 eetlepel palmsuiker (of bruine suiker, geen stress)
2 teentjes knoflook, fijngehakt (vers, geen potje)
1 theelepel verse gember, geraspt (poeder is voor luie dagen)
Voor de saus:
2 eetlepels plantaardige olie (zonnebloem, geen olijfolie – dat is voor de Italianen)
2 sjalotten, fijngesneden (geen gewone ui, sjalot is key)
3 teentjes knoflook, fijngehakt
2-3 rode chilipepers, ontpit en fijngesneden (meer als je ballen hebt)
1 stengel citroengras, gekneusd (of 1 theelepel poeder als de toko dicht is)
1 theelepel garnalenpasta (terasi), optioneel (voor die umami-knaller)
2 eetlepels tamarindepasta, gemengd met 100 ml water (of 2 eetlepels citroensap als je lui bent)
2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker)
1 theelepel zout (wees niet te zuinig)
200 ml water (of kokosmelk voor een romige twist)
Voor de garnering:
Verse koriander of basilicum (wat je in huis hebt)
Gebakken uitjes (uit een potje, want wie heeft tijd?)
Schijfjes rode chili (voor de flex)
Bereiding.
Marineer dat varkensvlees:
Gooi de sojasaus, palmsuiker, knoflook en gember in een kom. Hussel het varkensvlees erdoorheen tot elk stuk bedekt is. Laat het minimaal 1 uur marineren in de koelkast – langer mag, als je je leven op orde hebt. Lonny Gerungan zweert bij marineren, dus skip dit niet.
Maak die saus:
Zet een stoofpan of wok op middelhoog vuur, klots er 2 eetlepels olie in. Fruit de sjalotten, knoflook, chilipepers en citroengras tot het ruikt alsof je in een warung staat – een minuut of 3-4. Gooi de garnalenpasta erbij (als je durft) en bak nog 1 minuut. Umami-alert!
Bak het varkensvlees:
Vlees erbij, bak het aan alle kanten bruin – geen half werk, we willen die korst. Sri Owen zou zeggen: “Bruin is waar de smaak zit.” Dus, 5-7 minuten vlammen tot het er goed uitziet.
Stoof die hap:
Giet het tamarindewater, palmsuiker, zout en extra water (of kokosmelk) in de pan. Breng aan de kook, vuur laag, deksel erop en laat het 1 tot 1,5 uur sudderen. Roer af en toe – te dik? Beetje water. Te dun? Deksel eraf en inkoken. Het vlees moet zo mals zijn dat het uit elkaar valt en de saus stroperig en donker is.
Serveer met swagger:
Vis het citroengras eruit (niemand kauwt op een stokje). Schep op een bord, garneer met koriander, gebakken uitjes en chili-schijfjes. Serveer met dampende rijst en een frisse komkommersalade. Danny Lee zou trots zijn.
Dimitri’s Gouden Tips –
Vleeskeuze: Schouder voor bite, buik voor melt-in-your-mouth goodness.
Vegetarisch: Swap voor tempeh of tofu, marineer en bak kort – plant power!
Pittig: Extra chili of een schep sambal als je van vuurwerk houdt.
Restjes: Dag erna nog lekkerder, perfect voor op een broodje.
Dit is Babi Roedjak zoals het hoort: kruidig, sticky, en met een Indo-vibe die je niet vergeet. Met een dikke shoutout naar de Indische grootmeesters, maar dan overgoten met Dimitri-saus. Schep op, eet heet, en geniet – je bent nu officieel een stoofkoning! Let’s go!
1 hele kip (1,2-1,5 kg, poten en vel incluis, want zonder bot geen smaak).
3 liter water (gewoon kraanwater, we doen niet moeilijk).
2 uien, grof in stukken (huil maar, het is goed voor je).
3 wortels, in dikke plakken (geen mini-wortels, dit is geen poppenhuis).
2 stengels bleekselderij, gehakt (ja, die bleke jongens).
1 prei, in ringen (spoelen, tenzij je van zand houdt).
1 kleine knolselderij, in blokjes (oma’s Hollandse geheim voor diepe vibes).
1 spaanse peper (pittige tante die oma)
2 laurierblaadjes (voor die ouwe meesterkok-sfeer).
10 zwarte peperkorrels (heel, want poeder is voor amateurs).
1 bosje peterselie, steeltjes mee, blaadjes apart (verspilling is zonde).
Zout (begin met een eetlepel, proef later, je bent geen zoutmijn).
100 gram vermicelli (of een handje, want precisie is overschat).
Optioneel: 2 kruidnagels (voor een sneaky oud-Hollandse kick).
Optioneel: een scheut madeira (als je oma een diva was met klasse).
Bereiding.(zet je playlist op shuffle, dit duurt even)
Kip in bad
Smijt die kip in je dikste soeppan – ja, alles erop en eraan. Giet er 3 liter koud water overheen, zet het vuur aan en laat het langzaam borrelen. Schuim dat vieze grijze spul eraf met een lepel – niemand wil dat in z’n kom zien drijven.
Groenten en kruiden erin gooien
Zodra het pruttelt, donder je de uien, wortels, bleekselderij, prei, knolselderij, laurierblaadjes, peperkorrels en peterseliesteeltjes erin. Zout erover, maar chill – je kunt later nog bijsturen. Kruidnagels? Alleen als je zin hebt in een historische vibe, anders wordt het een speculaas-soep.
Laat maar sudderen
Vuur laag, deksel half erop en laat die pan 2 uur z’n gang gaan. Geen gehaast, dit is slow cooking zoals de ouwe Hollandse chefs het bedoelden. De kip moet uit elkaar vallen en de groenten moeten smelten van liefde.
Kip eruit, bouillon zeven
Na 2 uur vis je de kip eruit met een tang – pas op, hij is heet en waarschijnlijk een zielig hoopje. Laat afkoelen. Zeef de bouillon in een schone pan, groenten en kruiden eruit (of eet ze op als je een snacker bent).
Vlees shredden
Pluk het kippenvlees van de botten zodra je vingers het aankunnen. Geen vel, alleen het goeie spul. Scheur het in hapklare brokken – netjes snijden is voor restaurants, niet voor oma.
Bouillon oppimpen
Zet de gezeefde bouillon terug op het vuur. Proef: te slap? Meer zout. Te zout? Beetje water. Wil je scoren bij die meesterkoks? Splash een scheut madeira erin voor een chique twist – je soep krijgt ineens een smoking aan.
Vermicelli en afmaken
Gooi de vermicelli in de kokende bouillon, kook ‘m gaar (5-7 minuten, check je pak). Kippenvlees terug erin, even opwarmen. Hak de peterselieblaadjes fijn en strooi die erover – groen maakt het sexy.
Even wachten
Laat de soep 10 minuten chillen voor je opschept. Smaken moeten settelen, net als jij na een lange dag.
Serveren (oma zou trots zijn):
Schep die dampende goedheid in een grote kom, geef er een dikke snee bruin brood bij met een flinke klodder roomboter – margarine is verboden terrein. Extra honger? Gooi er een gehaktballetje bij, want sommige oma’s waren legends.
Dimitri’s Dutch Master Twists:
Knolselderij: Geen moderne onzin, maar een oud-Hollands juweel dat je bouillon diepte geeft.
Madeira: Een trucje van chique 19e-eeuwse koks – geeft je soep een gouden randje.
Veel geduld: Zoals de meesterkoks zeiden: haastige spoed maakt slappe soep. Laat die kip z’n tijd nemen.
Dit is geen soep, dit is een warme omhelzing in vloeibare vorm. Maak een flinke pan, want morgen smaakt-ie nog beter – als je tenminste niet alles in één keer opslurpt. Eet smakelijk, helden, en doe de groeten aan oma – of aan die kip, die heeft zich heldhaftig opgeofferd!
100 gram witte kool, dun gesneden – geen paarse, dat matcht niet met mijn humor.
1 rode chili, fijngehakt – voor de durfals onder ons.
1 theelepel verse gember, geraspt – kerstvibes, maar dan subtiel.
3 eetlepels plantaardige olie – arachideolie als je nog een restje hebt.
Voor de garnering
2 bosuien, in ringetjes – groen maakt blij.
Handvol gebakken uitjes – uit een potje, want wie heeft tijd?
Handvol gehakte pinda’s – crunch boven alles.
Verse koriander – alleen als je team groen bent.
Limoenpartjes – frisheid met een vleugje show-off.
Bereiding.
Stap 1: Mihoen in bad
Week die mihoen in warm water – niet te lang, anders wordt het een kleffe bende. Giet af, spoel met koud water, en zorg dat ze niet aan elkaar plakken als verliefde tieners.
Stap 2: Sausje mixen
Flans alle sausingrediënten in een kom, roer tot de suiker smelt. Proef even – te zoet? Te zout? Te saai? Pas aan, het is jouw keuken, jouw regels.
Stap 3: Snijwerk
Snijd de kip in reepjes – geen blokjes, we zijn geen dobbelstenenfabriek. Groenten dun snijden, anders duurt het een eeuwigheid. Hak knoflook en chili, rasp de gember – en hou je vingers heel, trust me.
Stap 4: Wokken maar
Olie in de wok, vuur op hoog – stoven is voor stoofpeertjes. Kip erin, wokken tot bijna gaar, dan eruit. Nog een scheutje olie, ui, knoflook, gember en chili erin tot het ruikt als een feestje. Groenten erbij – kort wokken, knapperig is king. Mihoen en saus erover, mengen met flair (twee spatels, of je handen als je stoer bent). Kip terug, even husselen, klaar.
Stap 5: Pimp je bord
Wok van het vuur, garneer met bosui, uitjes, pinda’s en koriander – of skip wat je niet lust. Limoenpartjes ernaast, want frisheid is alles.
Dimitri’s Gouden Tips
Hoog vuur: Wokken doe je met pit, niet met geduld.
Variatie: Geen kip? Garnalen, tofu, of die leftover ham van gisteren – leef je uit.
Vegetarisch: Skip vissaus en oestersaus, of scoor de veggie versies.
Pit: Extra sambal? Doe het, het leven is kort.
Voedingsfeitjes (per portie)
Calorieën: 420 – meer als je gul bent met pinda’s.
Eiwitten: 18g – spierkracht in de pocket.
Koolhydraten: 55g – hallo energie.
Vetten: 14g – goed vet, geen schuldgevoel.
Vezels: 4g – je darmen zeggen dank je.
Dit is mihoen goreng zoals ik het graag zie: snel, vol smaak, en met een knipoog. Gaat het mis? Pizza is altijd een optie. Smakelijk, en geniet van het leven – én je bord!
1 kg rundvlees (riblappen of sukadelappen, in blokjes van 3 cm – biefstuk is voor de elite, wij houden het echt)
2 grote uien (fijngesneden, huilen mag, het is emotioneel)
4 teentjes knoflook (gehakt, geen pers-gedoe, we doen het old school)
2 cm verse gember (geraspt, geen poederzooi, kom op nou)
2 stengels citroengras (gekneusd, of 1 theelepel poeder als je geen zin hebt….zucht)
4 salamblaadjes (of laurier als de toko te ver was)
2 kruidnagels (niet overdrijven, anders wordt het een kerstfeest)
1 kaneelstokje (kleintje, we maken geen taart)
1 theelepel vers geraspte nootmuskaat (vers is king, gemalen mag als je haast hebt)
1 theelepel gemalen koriander
1 theelepel gemalen komijn
1 theelepel gemalen kurkuma
2 eetlepels tamarinde pasta (opgelost in 100 ml water, of citroensap als je lui bent)
200 ml kokosmelk (uit blik, geen light-gedoe, we gaan vol)
2 eetlepels kecap manis (dat zoete goud, de MVP van dit recept)
1 eetlepel palmsuiker (of bruine suiker, geen stress)
Zout naar smaak (wees niet te krenterig, het leven is al zout genoeg)
Plantaardige olie (zonnebloem, geen olijfolie – dat is voor de pasta squad)
Bereiding.
Marineer dat vlees:
Gooi die rundvleesblokjes in een kom, mik er een snuf zout, koriander, komijn en kurkuma bij. Hussel het goed door en laat het 30 minuten chillen. Beb Vuyk wist het al: marineren is waar de magie begint.
Bak die aromaten:
Zet een stoofpan op het vuur (of je oma’s wadjan, nog beter), klots er 2 eetlepels olie in en fruit die uien, knoflook en gember tot het ruikt alsof je in een toko staat – een minuutje of 3. Vlees erbij, bakken tot het een bruine korst heeft. Geen half werk, we willen die smaak!
Stoof het geheel:
Tijd voor de kruidenparty: citroengras, salamblaadjes, kruidnagels, kaneelstokje en nootmuskaat erin. Roer even, laat die geuren loskomen. Giet de tamarinde en kokosmelk erbij, breng het aan de kook, vuur laag, deksel erop en laat het sudderen. Sri Owen zou zeggen: “Geduld, man.” Dus relax, pak een drankje, en roer af en toe – anders wordt het een drama.
Afwerking:
Na 1,5 tot 2 uur (als dat vlees zo mals is dat het smelt) gooi je de kecap manis en palmsuiker erin. Roer, proef, pimp het op. Te zoet? Beetje zout. Te flauw? Extra kecap. Jij bent de chef, doe je ding!
Serveer met swagger:
Vis die citroengras, salamblaadjes, kruidnagels en kaneel eruit (niemand kauwt graag op een stokje). Schep op met gestoomde rijst en een frisse atjar. Of eet het straight uit de pan – ik zeg niks.
Dimitri’s Gouden Tips –
Vleeskeuze: Riblappen of sukadelappen zijn de bom. Geen rund bij de hand? Kip kan, maar dan ben je een wildebras.
Vegetarisch: Swap het vlees voor tempeh of jackfruit, marineer en bak kort – plant power!
Pittig: Gooi een rode peper erin als je van een kick houdt.
Restjes: Dag erna nog lekkerder, als je het niet al hebt opgevreten.
Dit is semoer djawa zoals het moet: diep, kruidig, met een verhaal in elke hap. Met een dikke shoutout naar de Indische grootmeesters, maar dan overgoten met Dimitri-saus. Schep op, eet heet, en geniet – je bent nu officieel een baas in de Indo-keuken. Let’s go!
400 gram tagliatelle – vers als je fancy bent, anders uit een pakje. Maar hey, als je écht wilt flexen, maak je het zelf.
800 gram tomaten – San Marzano als je een snob bent, anders wat je in huis hebt. Cherrytomaten? Waarom niet, mix het!
4 teentjes knoflook – dungesneden, want knoflook is leven en we doen niet aan half werk.
1 kleine ui – fijngesnipperd, voor een vleugje zoetheid. Optioneel, maar ik zeg: doe het.
Een handvol verse basilicumblaadjes – geen gedroogde troep, we willen die Italiaanse vibe.
Extra vierge olijfolie – van topkwaliteit, want dat proef je. Geen goedkope troep.
Zout en versgemalen zwarte peper – omdat smaak alles is.
Een snufje suiker – alleen als je tomaten zuur zijn, anders skip je dit.
Geraspte Parmezaanse kaas of Pecorino – optioneel, maar wie zegt nee tegen kaas?
Bonus voor de extra’s:
‘00’ bloem, eieren en zout – als je zelf pasta wilt maken, maar laten we eerlijk zijn, dat is voor als je tijd over hebt.
Bereiding.
Pasta prep – DOE HET ZELF OF NIET!
Als je een held bent, maak je de pasta zelf: meng 300 gram ‘00’ bloem met 3 eieren en een snuf zout. Kneed tot je armen pijn doen, rol het uit en snijd in tagliatelle. Bestuif met bloem en zet apart. Geen zin? Pak die pakjes uit de winkel, nobody’s judging.
Tomaten fixen – VUURWERK IN DE OVEN!
Verwarm de oven voor op 200°C. Gooi de helft van je tomaten (vooral die cherry’s) op een bakplaat, besprenkel met olijfolie, zout en 2 teentjes knoflook. Rooster ze 20-25 minuten tot ze zacht en gekarameliseerd zijn. Ondertussen, blend de rest van de tomaten tot een puree. Ja, met je handen pletten mag ook, voel die textuur!
Saus maken – KNALLEN MET SMAAK!
Verhit 3 eetlepels olijfolie in een pan op laag vuur. Gooi de overige knoflook en een snufje chilivlokken erin – ja, chili, voor die sneaky kick. Bak tot de knoflook goudbruin is, maar verbrand het niet, anders smaakt het naar as. Ui erbij? Doe het, fruit tot glazig. Roer de tomatenpuree en de geroosterde tomaten (met sap) erdoor. Laat het 15-20 minuten pruttelen tot het dik en rijk is. Proef, tweak met zout, peper en suiker als het te zuur is.
Pasta koken – AL DENTE OF NIKS!
Breng een grote pan water aan de kook, gooi er zout in alsof het sneeuwt. Kook de tagliatelle: 2-3 minuten voor vers, 8-10 voor droog. Bewaar een kopje kookwater, giet af.
Samenvoegen – PASTA MEETS SAUS!
Gooi de pasta in de pan met saus, schep om en voeg wat kookwater toe voor die silky vibe. Scheur de basilicum erover en drizzle nog wat olijfolie voor de glans. Dit is waar de magie gebeurt.
Serveren – STRAAL ALS EEN BAAS!
Schep op borden, rasp er Parmezaan of Pecorino over als je wil, en garneer met een basilicumblaadje. Serveer meteen, want dit is geen gerecht dat wacht.
Dimitri’s Tips (want ik weet wat lekker is)
Tomaten: Mix San Marzano en cherry’s voor een saus die diepte heeft. Geen zin? Pak wat je hebt, maar verwacht geen applaus.
Olijfolie: Goede shit, anders proef je het. Bespaar niet op dit.
Al dente: Kook die pasta niet te lang, anders wordt het pap. Beetje bite is key.
Kookwater: Dat zetmeel is je vriend, maakt de saus silky. Skip het niet.
Kaas: Optioneel, maar laten we eerlijk zijn, kaas maakt alles beter.
En daar heb je het, een Tagliatelle Pomodoro die zo goed is dat je jezelf een schouderklopje geeft. Simpel, puur, maar met een smaak die je knock-out slaat. Massimo Bottura zou knikken, Gennaro Contaldo zou een glas wijn heffen. Maak dit, eet dit, en voel je even in Italië. Eet smakelijk!
Macaroni gaar koken in kippenbouillon. Afgieten en goed afspoelen met koud water. Fruit in wat olie de trassi, knoflook en de ui. Indien de ui bruin is, het vlees toevoegen, dit bruin bakken, als dat gaar is de garnalen toevoegen, de garnalen mogen niet te lang mee bakken. Dan de kool, sambal , prei, djinten, kerrie en zout naar smaak toevoegen. De macaroni er dan goed doorheen roeren. Goed warm laten worden op een niet te groot vuur. Serveer spiegelei, atjar, saté en komkommer bij.