Laksa Singapore 4 personen

Kruidenpasta (Rempah, de Baas):  

4 rode pepers – pit eruit als je soft bent, erin als je ballen hebt  

2 stengels citroengras – alleen het witte, hak ‘m fijn  

3 cm gember – vers, geen poederzooi  

2 cm laos – galangal voor de kenners  

5 tenen knoflook – knallen met smaak  

3 sjalotten – basis van de game  

1 tl kurkuma – of 2 cm verse als je fancy bent  

1 el belacan – geroosterde garnalenpasta, ruikt als een beast maar smaakt goud  

2 kaffirlimoenblaadjes – voor die citruskick  

1 el korianderzaad – even roosteren, trust me  

1 tl komijnzaad – idem, rookgame on point

Bouillon – De Soul:  

500 ml kokosmelk – volvet, geen light onzin  

400 ml kippenbouillon – of vis als je zee wilt ruiken  

1 el tamarinde – zure punch, baby  

2 el vissaus – umami tot de max  

1 el palmsuiker – zoet houdt het echt  

200 g krabvlees – chili-krab vibes uit Singapore  

150 g garnalen – gepeld, klaar voor actie

Noedels & Toppings – De Flex:  

200 g rijstnoedels – vermicelli of dikke laksa-style, jouw call  

100 g taugé – kort blancheren, crunch is key  

1 komkommer – dunne reepjes, fris als je ex  

2 eieren – hardgekookt, in vieren gesneden  

Bosje koriander en munt – groen goud  

Gebakken uitjes – textuur, motherf*cker  

1 limoen – partjes, knijp ‘m uit  

Bonus: tofu-puffs – gefrituurd



Bereiding.

Kruidenpasta droppen:  

Gooi alles voor de rempah in een blender of stamp ‘t oldskool in een vijzel tot het smooth is. Wok aan, 2 el olie erin (arachide, geen olijfzooi), en bak die pasta 5-7 minuten. Ruikt je huis nu insane? Mooi, dat is de bedoeling.

Bouillon laten knallen:  

Kokosmelk en bouillon erin, roeren tot het één wordt. Tamarinde, vissaus en palmsuiker droppen – laat ‘t 10 minuten pruttelen op laag vuur. Proef die shit, tweak ‘m: meer zout? Vissaus. Zoeter? Palmsuiker. Zuurder? Tamarinde. Jij bent de baas.

Zeevruchten erin smijten:  

Krabvlees en garnalen in de mix, 3-5 minuten koken tot die garnalen roze zijn en je mond al water loopt. Vuur laag, klaar om te serveren.

Noedels fixen:  

Kook die rijstnoedels 3-5 minuten, spoel koud af, laat uitlekken. Geen plakzooi hier, we houden ‘t strak.

Borden opbouwen:  

Noedels in kommen, schep die dampende bouillon met krab en garnalen erover. Stapel taugé, komkommer, ei, koriander, munt en gebakken uitjes erop. Tofu-puffs als je extra wilt flexen. Limoen ernaast – knijp en geniet.

Dimitri’s Pro Tip

Dit is geen standaard laksa, dit is Singapore op steroïden. Krabvlees voor die chili-krab vibe, tamarinde voor de zure jab, en die verse kruiden? Dat is de uppercut. Serveer met ijskoude jasmijnthee met een scheut calamansi – frisheid die je knock-out slaat.

Eet dit, voel je een king. Wil je meer pit of een veggie remix? Zeg ‘t, ik fix ‘t voor je!

Print pagina

Javaanse Kip Kerrie 4 personen

Voor de specerijenmix (aka het magische poeder):

2 tl kurkumapoeder (voor die insta-waardige gouden gloed)

2 tl korianderpoeder (geeft een citrusachtige vibe, net als je tante’s parfum)

1 tl komijnpoeder (voor de warmte, niet te verwarren met je winterjas)

1 tl gemberpoeder (voor een pittige kick, zoals die ene ex)

1/2 tl kaneelpoeder (zoet als je oma’s knuffels)

1/4 tl kruidnagelpoeder (voor die mysterieuze diepte)

1/4 tl nootmuskaatpoeder (subtiel zoet, net als mijn pogingen tot flirten)

Voor de kerrie:

600 g kippendijen, in blokjes (want dij is het leven—sappiger dan een roddelrubriek)

2 el plantaardige olie (nee, geen olijfolie, we zijn niet in Italië)

1 grote ui, fijngesneden (huilen mag, het is therapeutisch)

3 teentjes knoflook, fijngesneden (vampierproof je gerecht)

1 rode chilipeper, fijngesneden (optioneel, voor als je van zweten houdt)

400 ml kokosmelk (romig als een wellnessdag)

200 ml kippenbouillon (geen water, we zijn geen amateurs)

2 aardappelen, in blokjes (want kerrie zonder piepers is als een feestje zonder muziek)

1 wortel, in plakjes (voor de kleur, en omdat je moeder zei dat groenten belangrijk zijn)

100 g erwten (vers of diepvries, voor die groene confetti)

1 el palmsuiker (of bruine suiker, als je niet extra wilt zijn)

1 el tamarindepasta (voor een zuur randje, zoals mijn humor)

Zout naar smaak (maar niet te veel, we zijn geen zoutvaatje)

Voor de fancy afwerking:

Verse koriander, gehakt (als je van groen houdt)

Gebakken uitjes (voor die crunchy vibes)




Bereiding.

Marineer de kip (ja, dat lees je goed, we doen fancy):

Gooi de kipblokjes in een kom en strooi er de helft van je specerijenmix overheen. Hussel het als een DJ die een sicke beat dropt.

Dek af en laat het 30 minuten chillen in de koelkast. Zie het als een wellnessmoment voor je kip—zen voor de zen.

Kooktijd (waarschuwing: het gaat hier ruiken als in een spa in Bali):

Verhit de olie in een grote pan op middelhoog vuur. Niet te zuinig, we maken geen sla.

Gooi de ui erin en bak tot ie zacht en goudbruin is, zo’n 5 minuten. Voel je vrij om te huilen—ik oordeel niet.

Voeg knoflook en chili toe (als je durft) en bak nog 1-2 minuten. Het huis ruikt nu naar succes.

Nu de kip erbij—sizzle sizzle, baby! Bak tot alle kanten bruin zijn, zo’n 5-7 minuten. Geen rauwkipdrama hier.

Roer de rest van de specerijenmix erdoor. Laat het even meebakken om de aroma’s wakker te schudden.

Giet de kokosmelk en kippenbouillon erbij. Het is als een tropische regenbui in je pan.

Voeg aardappelblokjes en wortelplakjes toe. Breng aan de kook, zet het vuur lager en laat sudderen tot de piepers gaar zijn, zo’n 20 minuten. Roer af en toe, anders krijg je een plakkerige verrassing.

Gooi de erwten, palmsuiker en tamarindepasta erbij. Roer door en laat nog 5 minuten pruttelen. Het is net als de finale van een vuurwerkshow—alle smaken komen samen.

Proef en voeg zout toe. Jij bent de baas, niet het recept.

Serveren (alsof je een pro bent):

Schep de kerrie in kommen of borden. Maak het mooi, Instagram wacht.

Garneer met koriander en gebakken uitjes—alsof je confetti strooit op een feestje.

Serveer met gestoomde rijst of roti. Eet met je handen als je je extra Javaans voelt (maar ik waarschuw je, het is messy).

Dimitri’s Keukenwijsheden

Pro tip: Geen palmsuiker? Bruine suiker is je redder in nood. Het is als een nep-Rolex—doet de truc, maar niet zo chic.

Fun fact: Ik probeerde dit gerecht ooit te maken om indruk te maken op een date. De kerrie was een hit, maar mijn dansmoves na het eten? Laten we zeggen dat ik beter kook dan dans.

Keukenramp? Als je kerrie te dun is, laat het langer sudderen. Te dik? Splash wat bouillon erbij. Koken is als het leven—improviseren en doorgaan.

Dus daar heb je het, mijn vrienden. Javaanse Kip Kerrie à la Dimitri. Is het perfect? Nah. Ben ik dat? Zeker niet. Maar dat is het mooie van koken—het is een avontuur, geen wetenschap. Geniet ervan, en als je een keukenramp hebt, tag me dan in je verhalen. Ik lach mee, beloofd.

Selamat makan, of zoals ik zeg: eet ze! 🍛✨

Print pagina

Chinese karbonade 4 personen

4 varkenskarbonades

2 eetlepels  soja saus

1 eetlepel honing

½ theelepel sambal manis

2 tenen knoflook

½ theelepel vijfkruidenpoeder

1 eetlepel rum

zout en olie




Bereiding.

Maak een marinade van rum, soja, fijngehakte knoflook, vijfkruidenpoeder, honing, sambal en zout. Wrijf de karbonades hiermee in en laat ze een uur staan. Verhit de olie en schroei de karbonades aan beide zijden dicht. Bak het vlees in ongeveer 20 min. gaar en bruin. Doe het vlees op een voorverwarmde schaal en maak de jus af met een scheut water, serveren met atjar, witte rijst of nasi goreng.

Print pagina

Butter Chicken 4 personen

600 gram kipfilet of kippendijen – dijen voor die juicy vibes, filet als je lui bent.  

Voor de marinade:  

1 kop (240 ml) dikke yoghurt – Griekse stijl, geen waterige troep.  

2 eetlepels gember-knoflookpasta – of 1 eetlepel geraspte gember en 1 eetlepel knoflook als je zelf gaat hakken.  

1 theelepel garam masala – de specerijenkoning himself.  

1 theelepel komijnpoeder – aardse basis, skip dit niet.  

1 theelepel korianderpoeder – essentieel voor de soul.  

1 theelepel gerookte paprikapoeder – rokerige twist, baby.  

1 theelepel kasuri methi – gedroogde fenegriekbladeren, fijngemalen. Subtiele bitterheid die alles next level maakt.  

Zout naar smaak – wees niet te krenterig.

Voor de saus:  

2 grote tomaten, gepureerd – of 1 kop tomatenpuree als je geen zin hebt om te blenden.  

1 grote ui, fijngehakt – tranen zijn therapie, deal with it.  

1/4 kop (30 gram) cashewnoten – geweekt in warm water en tot pasta gemalen, voor die fluweelzachte saus.  

1/2 kop (120 ml) slagroom – volle bak, geen light-onzin hier.  

4 eetlepels boter of ghee – dit is Butter Chicken, snap je?  

1 theelepel kashmiri chilipoeder – milde hitte, killer rode gloed.  

1 theelepel suiker – optioneel, als je tomaten zuur doen.  

Zout naar smaak – jij bent de baas.

Voor de flex:  

Verse korianderblaadjes – de confetti van de curry.  

Een scheutje slagroom – voor de Instagram-waardige finish.




Bereiding.

    Marineer die kip:

    Gooi die yoghurt, gember-knoflookpasta, garam masala, komijn, koriander, paprikapoeder, kasuri methi en een flinke snuf zout in een kom. Hussel de kip erdoor alsof je hem een spa-dag geeft. Minimaal 2 uur in de koelkast – laat die smaken intrekken alsof ze huur betalen. Nachtje over? Nog beter, baller move.

    Grill of bak die kip:

    Oven op 200°C, kip op een bakplaat, 15-20 minuten bakken tot je die sexy char marks ziet. Of gooi hem in een grillpan als je old school bent. Niet helemaal gaar? Chill, hij finisht in de saus. Dit is waar de magie begint.

    Maak die saus:

    Smelt boter of ghee in een dikke pan op middelhoog vuur. Ui erin, fruiten tot goudbruin – 5-7 minuten, geen haast. Tomatenpuree erbij, bakken tot de olie loskomt, zo’n 10 minuten. Roer die cashewpasta erdoor en laat 5 minuten sudderen. Dit is je fluwelen basis, smooth as fuck.

    Kip erin en laten sudderen:

    Kip in de saus mikken, goed roeren. Laat 10-15 minuten pruttelen op laag vuur, zodat de smaken elkaar leren kennen. Te dik? Scheutje water. Te dun? Deksel eraf en inkoken. Jij bent de regisseur hier.

    Finish met flair:

    Slagroom en kashmiri chilipoeder erin, plus suiker als je tomaten zeuren. Nog 5 minuten sudderen tot de saus romig en dik is – proef en pimp met zout of extra garam masala als je durft. Dit is waar het legendarisch wordt.

    Serveer met swagger:

    Schep op, drizzle wat room erover en strooi koriander als confetti. Paar met fluffy basmatirijst of warme naan – geen excuses. Dotje yoghurt aan de zijkant? Doe maar, als je fris wilt flexen.

    Dimitri’s Gouden Tips –

    Kipkeuze: Dijen voor sappig, filet voor snel – jouw call, chef.  

    Vegetarisch: Swap kip voor paneer, marineer en bak kort. Tofu mag ook, maar paneer is cooler.  

    Pittig: Extra chili of cayenne als je vuur wilt spuwen.  

    Restjes: Dag erna nog beter, perfect voor een naan-sandwich met attitude.

    Dit is Butter Chicken zoals het hoort: romig, kruidig, en met een Indiase soul die je niet vergeet. Overgoten met mijn eigen Dimitri-saus, want waarom niet? Schep op, eet heet, en geniet – je bent nu officieel een currykoning. Let’s go!

    Print pagina

    Kip en bonen stoofschotel 4 personen

    Olijfolie

    5 kleine uien, gehakt

    4 teentjes knoflook, gehakt

    1/2 tot 1 theelepel sambal

    2 blikjes tomaten puree

    1 kg drumsticks

    1 rode paprika

    1 bakje champignons

    3 theel. paprikapoeder

    3 theel. komijn

    2 theel. koriander

    2 theel. selderijzout

    2 theel. cajunkruiden

    1 theel. cacaopoeder

    2 blikken tomaten blokjes

    2 blikken kidnbey bonen

    1 blikje mais, uitgelekt




    Bereiding.

    Verwarm wat olijfolie in de pan. Fruit de ui, knoflook en sambal even aan in de olie.
    Voeg de drumsticks toe en bak dit tot je bruine randjes krijgt. Bak ook de paprika stukjes en de champignons nog even mee.
    Daarna doe je de tomatenpuree, alle kruiden en de cacaopoeder erbij. Blijf bakken en mengen totdat het een lekker plakkerige massa is geworden en alle groenten en kip ermee bedekt is.
    Dan kunnen de blikken tomatenstukjes en de kidneybonen erbij. Meng alles goed door elkaar en breng het geheel aan de kook. Laat alles ongeveer 20 min zachtjes sudderen en roer af en toe alles nog een keer door. Wanneer het onderin de pan gaat aanbakken, of je vind dat er te weinig vocht in zit, voeg dan nog wat van het achtergehouden vocht van de kidneybonen toe.
    Als laatste doe je de mais erbij en laat het nog ongeveer 10 min door sudderen.

    Print pagina

    Pollo Chimichurri 4 personen

    • 4 kippenbouten
    • 5 eetlepels sojasaus (marinade)
    • Sap van 3 limoenen (marinade)

    chimichurri

    • 3 tenen knoflook gepeld
    • 1 rode ui gepeld
    • 1/2 bosje platte peterselie
    • 5 takjes koriander
    • 1 rode peper
    • 1/2 el oregano
    • 4 el rode wijnazijn
    • 2 el olijfolie
    • peper
    • zout




    Bereiding.

    Marineer de kippenbouten in de sojasaus en limoensap, laat dat een paar uur staan in de koelkast, daarna zouten en braden in de oven.

    Maak je de chimichurri. Hiervoor doe je alle ingrediënten in de keukenmachine. Laat deze net zolang draaien tot je een grof kruidenmengsel hebt. Drapeer dat over de kippenbouten, serveer met knoflookbrood en een frisse salade.


    Print pagina

    Gangsa (gekruid rundvlees) 4 personen


    1 kg runder procereur – goed gemarmerd, snij ‘m in dikke chunks.  

    Kruidenpasta (DIY, geen luie potjes):  

    2 eetlepels verse kurkuma – schil die shit en hak ‘m fijn (of 1 eetlepel poeder als je haast hebt).  

    3 cm gember – vers, geen droge troep.  

    5 knoflooktenen – pel ze en gooi ze erin.  

    3-5 rode pepers – pittigheid naar jouw ballen.  

    2 sjalotten – voor die Franse touch.

    2 eetlepels sojasaus – Ken Hom’s umami-hack.  

    1 eetlepel vissaus – stiekeme smaakbom.  

    2 eetlepels palmsuiker – zoet, maar niet te soft.  

    400 ml kokosmelk – romig Indonesisch goud.  

    200 ml kippenbouillon – houdt ‘t in balans.  

    2 stengels citroengras – kneus ze, laat ze zweten.  

    4 kaffir limoenblaadjes – frisheid on lock.  

    1 theelepel gerookte paprika – Toraja-rookvibes zonder gedoe.  

    Zout – naar smaak, niet lullen.  

    Groenten: handje bamboescheuten of paksoi – crunch is king.  

    Garnering:  

    Verse koriander – voor de flex.  

    Krokante sjalotten – zelf frituren of kopen, whatever.  

    Geroosterde pinda’s – extra bite, trust me.

    Bereiding.

    Kruidenpasta fixen:

    Pak een vijzel (of keukenmachine als je lui bent) en ram die kurkuma, gember, knoflook, pepers en sjalotten tot een dikke, kinky pasta. Dit is je smaakfundament – geen shortcuts, broer.

    Vlees marineren:

    Gooi die vleesbrokken in een bak, smeer die pasta erover, klats er sojasaus, vissaus en palmsuiker bij. Meng tot alles sticky is. Laat ‘t minimaal 2 uur chillen, of beter: een nacht in de koelkast. Smaak moet intrekken, punt.

    Bruin bakken:

    Pak een dikke pan (Dutch oven als je baller bent), scheut olie erin, en bak dat vlees op middelhoog vuur. Portie voor portie, tot het bruin en crispy is. Karameliseert die suiker, geeft diepte – Gordon zou trots zijn.

    Stoofbasis droppen:

    In dezelfde pan: kokosmelk, bouillon, citroengras, limoenblaadjes en gerookte paprika erin. Breng ‘t aan de kook, laat ‘t even bubbelen. Ruikt nu al als een Aziatische wet dream.

    Langzaam garen:

    Vlees terug in de pan, deksel erop, vuur laag. Laat ‘t 1,5 tot 2 uur sudderen tot dat vlees smelt op je tong. Roer af en toe, splash water erbij als ‘t te droog wordt.

    Groenten erin:

    Laatste 15 minuten: bamboescheuten of paksoi erbij. Gaar, maar nog knapperig – textuur is alles.

    Proeven en flexen:

    Dip je lepel erin, proef. Te flauw? Zout. Te scherp? Beetje suiker. Balans is key, zoals Ken Hom altijd zeikt.

    Serveren als een baas:

    Schep rijst in kommen, Gangsa erover, en pimp ‘t met koriander, krokante sjalotten en pinda’s. Ziet eruit als kunst, smaakt als een feest.

    Waarom dit shit werkt:

    Verse pasta: Geen gedroogde troep, pure power.  

    Rookvibe: Gerookte paprika geeft Toraja-realness zonder gedoe met een smoker.  

    Smaakgame: Soja, vissaus, kokos – zoet, zout, romig, alles klopt.  

    Looks: Garnituur maakt ‘t Instagram-proof.

    Dit is Gangsa, maar dan alsof Ken Hom, Martin Yan en Ramsay samen in de keuken stonden te koken. Toraja-approved, maar met een dikke Aziatische swagger. Eet smakelijk

    Print pagina

    Beef Shanghai 4 personen

    • Ingrediënten

    Voor het rundvlees:

    600 g runderreepjes (biefstuk of flank, dun gesneden, geen slappe troep)  

    1 eetlepel Shaoxing-wijn – Chinese magie, koop het of huil later  

    1 theelepel lichte sojasaus – zoutige basis  

    1 theelepel maïzena – voor die velvet touch  

    ½ theelepel bakpoeder – malsheid on lock  

    1 eetlepel arachideolie – slick en ready

    Voor de saus:

    2 eetlepels lichte sojasaus – umami all day  

    1 eetlepel donkere sojasaus – kleur en diepte, baby  

    1 eetlepel oestersaus – de king van smaak  

    1 theelepel suiker – balans, geen zoete onzin  

    1 eetlepel Shaoxing-wijn – nog een shot  

    1 theelepel maïzena + 2 eetlepels water – dikke glans

    Voor de wokgame:

    3 eetlepels arachideolie – hittebestendig, geen olijfolie flauwekul  

    2 knoflookteentjes – fijngehakt, geur is alles  

    1 cm gember – julienne, pittige jongen  

    1 rode paprika – in reepjes, kleur op je bord  

    100 g shiitake – vers, in plakjes, umami-bom  

    2 lente-uitjes – wit en groen apart, 5 cm stukken  

    1 Shanghai paksoi – grof gehakt, groen en crispy



    Bereiding.


      Stap 1: Rundvlees prep

      Gooi die runderreepjes in een kom met Shaoxing-wijn, lichte sojasaus, maïzena, bakpoeder en olie. Roer het door alsof je een track mixt. Laat 15 minuten chillen – dat bakpoeder maakt het boterzacht, trust me.

      Stap 2: Saus fixen

      Meng in een bakje lichte sojasaus, donkere sojasaus, oestersaus, suiker en Shaoxing-wijn. Maïzena met water apart houden – dat is je dikmaker later.

      Stap 3: Wok aan, gas erop

      Zet je wok op hoog vuur tot-ie rookt als een baas. Splash 2 eetlepels olie erin, swirl die shit.  

      Gooi het rundvlees erin, spreid het uit. Laat 30 seconden liggen voor die bruine korst – Ken Hom zou trots zijn. Roerbak nog 1-2 minuten tot het nét gaar is. Haal eruit, parkeer het even.

      Stap 4: Groenten knallen

      Nog 1 eetlepel olie in de wok. Knoflook, gember en paprika erin – 15 seconden, tot het ruikt als een Aziatische markt.  

      Shiitake en witte lente-ui erbij, 2 minuten roerbakken. Paksoi erin, nog 1 minuut vlammen. Blijf bewegen, lui zijn is geen optie.

      Stap 5: Alles samen

      Rundvlees terug in de wok. Giet die saus erover, roer als een tornado. Maïzena-slurry erin, 30 seconden laten bubbelen tot het glanst als een spiegel. Groene lente-ui erdoor, klaar.

      Stap 6: Opscheppen

      Schep die Beef Shanghai op een schaal, drizzle sesamolie voor de show. Jasmijnrijst ernaast, en je bent een wokgod.

      Tips van de straat

      Wok heet houden: Geen slappe vlam, je wil die “wok hey” rooksmaak.  

      Rundvlees dun snijden: Bevries het half, snijdt makkelijker.  

      Extra kick: Rode chili erbij als je ballen hebt.  

      Saus tweak: Proef en pas aan – jij bent de chef.

      Dit is Beef Shanghai zoals het hoort: mals vlees, knapperige groenten, en een saus die je bord sloopt. Eet smakelijk!

      Print pagina

      Tonkatsu 4 personen

      4 dikke varkensfilets (150-200 g per stuk, varkenshaas als je ballin’ bent)

      Beetje zout en zwarte peper, versgemalen, geen gedoe

      2 eetlepels witte miso, want umami is king

      1 eetlepel yuzu-sap (of citroen als je geen yuzu in de hood hebt)

      2 eetlepels sake, voor die Japanse vibe

      1 theelepel gember, geraspt, vers van de markt

      1 teentje knoflook, fijngehakt, geen poederzooi

      100 g bloem, basic maar essentieel

      2 eieren, losgeklopt, geen half werk

      150 g panko, gemixt met 2 eetlepels sesamzaad (wit, zwart, whatever je vibe is)

      Plantaardige olie, genoeg om te frituren als een pro

      Voor de Tonkatsu Saus, Dimitri-style:

      4 eetlepels Worcestershire-saus, dat spul met pit

      2 eetlepels ketchup, geen cheap shit

      1 eetlepel sojasaus, donker en diep

      1 eetlepel bruine suiker, voor die zoete touch

      1 theelepel yuzu-sap, want we houden het fris

      Voor de flex:

      Fijngesneden kool, lekker knapperig

      Komkommer, in dunne plakjes, houd het licht

      Shiso-bladeren als je fancy bent

      Sesamzaadjes, voor de drip

      Yuzu-schil, als je extra wil shinen




      Bereiding.

      Stap 1: Vlees pimpen  

      Dep die varkensfilets droog, zout en peper erop, niet te zuinig.  

      Mix miso, yuzu-sap, sake, gember en knoflook in een kom tot een gladde marinade – dit is je smaakbom. Smeer die filets ermee in en laat ze 30 minuten chillen in de koelkast (of 2 uur als je tijd hebt om te flexen).

      Stap 2: Saus droppen  

      Gooi Worcestershire, ketchup, soja, bruine suiker en yuzu-sap in een pannetje. Laag vuurtje, roeren tot de suiker smelt en het een paar minuten bubbelt. Laat afkoelen – deze saus gaat je game veranderen.

      Stap 3: Paneer als een G  

      Haal het vlees uit de koelkast, veeg de marinade er een beetje af. Zet drie kommen klaar: bloem, ei, en panko met sesamzaad.  

      Dompel die filets eerst in de bloem, dan in het ei, en ram ze daarna in de panko-sesam mix. Druk goed aan, want die korst moet knallen.

      Stap 4: Frituurhype  

      Verhit olie tot 170°C – geen gokwerk, pak een thermometer als je serieus bent. Frituur die boys in batches, 5-6 minuten, tot ze goudbruin en crispy zijn. Draai halverwege, houd het strak.  

      Check de temp: 63°C voor juicy, 70°C voor safe. Laat ze uitlekken op een rooster, geen slappe keukenpapiertruc.

      Stap 5: Serveer met swag  

      Snijd die Tonkatsu in dikke plakken, leg ze op een berg kool. Drop er komkommer, shiso, sesam en yuzu-schil overheen – maak het Instagram-waardig.  

      Saus ernaast of erover, jij beslist. Paar happen rijst erbij en je bent golden.

      Pro-tips van Dimitri

      Vlees: Varkenshaas is de move, maar filet werkt ook als je budget tight is.  

      Marinade: Miso en yuzu maken dit next level – skip het niet.  

      Korst: Sesam in de panko is de flex, trust me.  

      Olie: 170°C is de sweet spot, te heet en je brandt, te koud en het wordt een oliebad.  

      Saus: Die yuzu-touch houdt het fris, geen standaard fabriekssaus hier.

      Dit is Tonkatsu zoals de Japanse grootmeesters het zouden droppen, maar met mijn eigen sauce. Krokant van buiten, juicy van binnen, en een smaak die je niet vergeet. Eet smakelijk

      Print pagina

      Sapi Tjampoer Malang 4 personen

      500 g rundvlees, blokjes, stoofstyle

      2 eetlepels olie, geen gedoe

      2 uien, gehakt, snij snij

      3 knoflookteentjes, bam, gehakt

      2 cm gember, geraspt, fris

      1 theelepel kurkuma, geel goud

      1 theelepel koriander, pow

      1 theelepel komijn, diep man

      2 rode chili’s, hak hak, pitjes eruit als je chill wil

      90 ml ketjap manis, zoetigheid

      250 ml water, of bouillon als je flex bent

      2 aardappels, blokjes, stevig spul

      1 appel, geraspt, Malang-gamechanger

      1 theelepel tamarinde, zuur bommetje

      Zout en peper, jij bepaalt

      250 ml kokosmelk, creamy als je durft

      Gefrituurde uitjes en peterselie, top erop




      Bereiding.

      Spicebom maken: Uien, knoflook, gember, chili’s, kurkuma, koriander, komijn – hakken, mixen, vijzel of blender, knal het tot pasta. Geur in je neus!

      Vlees droppen: Olie heet, rundvlees erin, bruin bakken. Spicebom erbij, 2-3 minuten laten knallen, aroma’s gaan los.

      Low en slow: Water of bouillon splashen, ketjap manis erin, vuur laag, deksel erop, 1-2 uur sudderen tot dat vlees smelt.

      Aardappels gooien: Blokjes erin, 20-30 minuten meekoken, stevig maar gaar, check check.

      Next level twist: Appel rasp, tamarinde klats, kokosmelk als je ballen hebt – roeren, zout en peper fixen, smaak op max.

      Serveer die shit: Warm met rijst, uitjes en peterselie erop knallen. BOEM, je bent de king!

      Appel en tamarinde droppen die zoet-zure punch, kokosmelk houdt het glad. Eet je gek! Selamat makan

      Print pagina