1. werk de bloem, los geklopt ei, 4 eetlepels olie en 1 ½ dl lauw water in een kom tot een zacht deeg, het deeg nog even door kneden op een schoon oppervlak. Kneed dit tot een bal en bestrijk dit met wat olie en laat het rusten met een doek erover op kamer temperatuur voor minimaal 2 uur.
2. snij de lente ui fijn, doe dit ook met de sjalotten en pers de knoflook uit.
3. verhit 3 eetlepels olie in een wok of braadpan en bak de ui en knoflook glazig op matig temperatuur. Voeg het gehakt toe en laat dat 5 minuten meebakken. Kruid met ketoembar, djinten, sambal, en ketjap asin. Neem de pan van het vuur en laat het afkoelen en roer het ei erdoor.
4. Verdeel het deeg in 4 grote stukken en vorm van elk deel een bal, druk met de hand wat plat en trek ze uit elkaar te grote van een a4tje, de vellen moeten flinterdun zijn.
5.Verhit 3 dl olie in een braadpan, schep ondertussen een kwart van de vulling in het midden van een deegvel . Vouw dan de punten als een enveloppe over de vulling naar het midden toe, het moet een beetje overlappen. Druk de pakketjes een beetje aan tot dat ze ongeveer 3 cm dik zijn. Bak die op matig vuur in de olie gaar 4 a 5 minuten per kant.
6 dikke eieren (kamertemp, geen geklooi met koude shit)
Sambal (de ruggengraat):
10 rode rawits (of lomboks als je ballen hebt)
2 rode paprika’s (voor die kleur en een zachte jab)
4 knoflookteentjes (vers, geen poederzooi)
4 sjalotten (pel ze en klaar)
2 tomaten, in kwarten gehakt
1 stengel citroengras, wit deel, fijngehakt (geeft die uppercut)
3 limoenblaadjes, in reepjes (kaffir, voor de finesse)
1 eetlepel tamarinde pasta (of limoensap als je lui bent)
1 theelepel palmsuiker (bruine mag ook, geen witte troep)
1 theelepel zout (proef en fix)
2 eetlepels kokosolie (of zonnebloem, wat je hebt)
100 ml water (geen zwembad, gewoon genoeg)
Finish:
Handje korianderblaadjes (vers, geen gedroogde onzin)
Bereiding
Eieren koken:
Water op, eieren erin, 6-7 minuten koken. Zachte dooier is de shit hier, trust me. IJswater erin, pellen, klaar.
Sambal knallen:
Rooster die pepers: Droge pan, middelhoog vuur. Gooi 5 rawits en 1 paprika erin, 3-4 minuten laten blakeren. Rokerig en rauw, zoals Wongso het zou doen.
Hakwerk: Alles in de blender of vijzel – geroosterde pepers, verse rawits, paprika, knoflook, sjalot, tomaten, citroengras, limoenblaadjes. Maal het grof, geen babyprut.
Bakken: Kokosolie in de wok, sambal erin, 5-7 minuten knallen tot het ruikt alsof je in Jakarta staat. Sisca-style smaakbom.
Fix de smaak: Tamarinde, suiker, zout en water erin. 10 minuten laten pruttelen op laag vuur. Proef, tweak, eigen het.
Eieren erin:
Eieren in de sambal droppen, schep die saus erover. 5 minuten laten sudderen, smaken moeten erin trekken, maar breek ze niet, hé.
800 g kippendijen, in brokken gehakt, want borst is voor bodybuilders.
2 dikke uien, fijngehakt, huil maar even in stilte.
5 knoflookteentjes, geperst, want Surinaamse soul komt uit knoflook.
1 Madam Jeanette, heel (of gehakt als je een wannabe drakenmond bent).
2 el Hindoestaanse masala (Nandan of Faja Lobi, anders ben je een culinaire misdaad).
1 el tomatenpuree, voor die rode gloed waar je date van smelt.
1 tl gemalen djira (komijnzaad), omdat basic smaken voor basic mensen zijn.
1 tl verse gember, geraspt, voor die fancy zing.
1/2 tl gemalen piment, want we gooien er een warme, aardse vibe in, snob.
1 kippenbouillonblokje, verkruimeld, want umami is je nieuwe BFF.
200 ml kokosmelk, voor een saus zo creamy dat je vergeet hoe single je bent.
150 ml water, om het niet te dik te maken lampie.
5 el zonnebloemolie, want boter is voor pannenkoeken.
200 g kousenband, in stukjes, want groente maakt je een “gezond” mens.
300 g kruimige aardappelen, in blokjes, half gaar, want niemand wil keiharde piepers.
1 tl trassie (optioneel, als je durft te ruiken naar een Surinaamse markt).
Zout, want een smaakloze roti is een belediging voor je voorouders.
Voor de Roti-Vellen (homemade, want kant-en-klaar is voor luie zielen):
300 g bloem (half volkoren, half patent, want we zijn extra).
1 tl bakpoeder, voor die fluff waar je Insta van explodeert.
150 ml lauwwarm water, niet te heet, Einstein.
2 el zonnebloemolie, voor een deeg soepeler dan je openingszin.
Snuf zout, want details, mensen.
50 g gekookte gele kikkererwten (dahl), gepureerd, voor die aloo roti-glorie.
Voor de Sidekicks (want roti zonder bijgerechten is als een feest zonder muziek):
4 eieren, hardgekookt en gebakken in masala-olie, want we zijn geen barbaren.
Zure komkommer: 1 komkommer, dun gesneden, gemarineerd in 100 ml witte wijnazijn, 1 el suiker, 1 tl citroensap, snuf zout.
Surinaamse sambal: 3 Madam Jeanette pepers, 1 ui, 2 knoflookteentjes, 50 ml olie, 1 tl suiker, 1 el citroensap, geblend en gebakken, want mild is voor baby’s.
Bereiding
How to make it pop, mi Boi?
Tijd: 1 uur, want goede dingen komen niet voor luie mensen.
Porties: 4, tenzij je vrienden vrekken zijn, dan hou je wat over.
Level: Medium, want als je dit verknalt, ga je beter afhaal halen.
Stap 1: Drop die Roti-Vellen
Gooi bloem, bakpoeder, en zout in een kom. Mix die dahl-puree, olie, en lauwwarm water erin. Kneed 10 minuten tot je een deeg hebt zo smooth dat het je ex jaloers maakt.
Dek af, laat 30 minuten chillen, want zelfs deeg heeft een pauze nodig. Verdeel in 4-6 bolletjes, rol ze uit tot pannenkoeken dunner dan je geduld.
Bak in een hete tawa (of koekenpan), 1-2 minuten per kant, tot je bruine bubbels ziet. Houd warm onder een doek, want koude roti is een misdaad tegen de mensheid.
Pro tip: Dahl in je deeg is de Surinaamse cheatcode voor zachtheid. Als je dit overslaat, ben je officieel canceled.
Stap 2: Maak die Kip Massala Lit
Kousenband prep: Kook kousenband 4 minuten in zout water, giet af, en laat het zijn ding doen.
Base droppen: Verhit 5 el olie in een wok of braadpan. Fruit uien en knoflook goudbruin, want bleke uien zijn een belediging. Voeg tomatenpuree, djira, gember, piment, en trassie (als je dapper bent) toe, bak 1 minuut mee.
Kip in the mix: Gooi de kip erin, bak tot-ie sealed is (5 minuten), want rauwe kip is een enkeltje voedselvergiftiging.
Kruidenparty: Drop masala, bouillonblok, en Madam Jeanette. Roer, giet kokosmelk en water erbij. Voeg aardappelen toe, dek af, en laat 20 minuten sudderen op low. Roer af en toe, luiwammes.
Kousenband erin: Laatste 5 minuten kousenband erbij. Proef, zout it up. Haal Madam Jeanette eruit als je niet wilt huilen bij elke hap.
Dimitri’s wijsheid: Kokosmelk maakt je saus zo creamy dat je vergeet hoe je magnetronmaaltijden smaakte. Piment geeft een aardse vibe die zegt: “Ik weet wat ik doe.”
Stap 3: Pimp je Eieren
Kook eieren 8 minuten, pel ze, laat afkoelen, want hete eieren pellen is een marteling.
Verhit 2 el olie, drop ½ tl masala en een snuf zout. Bak de eieren 2 minuten voor die roodbruine masala-glow. Zet apart, je bent nu officieel een pro.
Dimitri’s hack: Masala-eieren zijn de geheime wapens van elke Surinaamse oma. Zonder dit ben je gewoon een ei, punt.
Stap 4: Sidekicks on Fleek
Zure komkommer: Mix komkommer met azijn, suiker, citroensap, en zout. Laat 15 minuten marineren, want frisheid wacht op niemand.
Sambal game: Blend pepers, ui, knoflook. Bak in 50 ml olie met suiker en citroensap, 10 minuten op laag vuur. Laat afkoelen, want je sambal is heter dan je laatste date.
Dimitri’s touch: Zelfgemaakte sambal met Madam Jeanette is de kers op je roti-taart. Als je kant-en-klare sambal gebruikt, unfollow ik je.
Stap 5: Serve it with Swag
Warm de roti-vellen op, want koude roti is voor mensen zonder zelfrespect.
Schep een dikke portie kip massala met aardappelen en kousenband op je bord. Drop een masala-ei ernaast, want we doen niet aan basic.
Serveer met roti, een schep zure komkommer, en een klodder sambal on the side. Garneer met koriander als je je innerlijke hipster wilt channelen.
Zet alles op tafel, Sranan-style, zodat je crew zelf kan opscheppen. Als ze niet vechten om de laatste hap, heb je het verknald.
Presentatie flex: Eet met je handen, scheur die roti, dip in die saus. Dit is geen bord, dit is een lifestyle. Vorken zijn voor mensen die hun roots vergeten zijn.
Waarom dit de GOAT is
Creamy masala saus: Kokosmelk maakt het fluweelzacht, piment geeft diepe, aardse vibes. Dit is geen roti, dit is kunst.
Dahl-roti: kikkererwten in je deeg is de Surinaamse flex waar je tantes over fluisteren. Zacht, authentiek, en beter dan je take-out.
Masala-eieren: Gebakken in masala-olie, want gewone eieren zijn voor mensen zonder ambitie.
Homemade sambal & zure komkommer: Pittig, zuur, fris – deze sides maken je roti legendarisch. Kant-en-klaar? Ga je schamen.
Shoutout naar de inspiratie
Dimi: Mijn masala is zo authentiek dat je bijna vergeet dat je niet in Paramaribo bent.
Dimi: Mijn oldskool vibes met masala-eieren en kousenband zijn de ruggengraat van dit recept.
Van Madam Jeanette tot eten met je handen, dit is Suriname op je bord. Als je dit niet voelt, check je pols.
Eet lekker, mi brada! Drop deze roti op je tafel en je bent de king van de dag. Laat me weten hoe die smaakte, of stuur me een foto zodat ik kan zien dat je het niet hebt verpest. #RotiRoyalty #SrananVibes
1. week de tamarindemoes in een kom met 1 ½ dl warm water en roer af en toe om.
2. snij de runderlende dwars op de draad in dunne reepjes. Maak de lente ui schoon en snij ze schijn in ringen, hou wat apart voor de garnering. Pel de knoflook en pers ze uit. Schil de gember en rasp hem fijn. Snij de dikke onderkant van de sereh ragfijn en verkruimel de trassi met de bolle kant van een lepel of in een vijzel.
3. roer de tamarindemoes los met het weekwater tot een dikke bruine pasta en druk die door een zeef, vang het sap hierbij op.
4. verhit in een wok of braadpan de olie. Bak de lente ui, gember en knoflook tot ze glazig zijn en haal dit uit de olie, bak nu het vlees op hoog vuur 8 minuten op hoog vuur rondom aan. Blus af met de tamarinde sap en zoete soja saus, schep alle overige zaken erdoor en laat het nog ongeveer 8 minuutjes stoven, eventueel op smaak brengen met zout. Vlak voor het serveren de overgebleven lente ui erover strooien.
500 gram makreel, schoongemaakt en klaar om te knallen
Bananenbladeren, gewassen en soepel gemaakt
1 tomaat, in plakjes gehakt
1 kleine ui, in ringen gesneden
Handje petai bonen (als je durft, anders skip je die stinkers)
Voor de marinade die je sloopt:
2 teentjes knoflook, fijngeplet
2 cm gember, geraspt tot je pols zeurt
2 cm kurkuma, vers en geraspt (of 1 tl poeder als je haast hebt)
2 rode pepers, fijngehakt – meer als je ballen hebt
1 stengel citroengras, in kleine stukjes gehakt
3 kaffir limoenblaadjes, fijngesneden
1 el tamarindepasta, voor die zure kick
1 el kokosmelk, de romige shit
1 tl zout, geen gezeik
1 tl suiker, voor balans
Extra: scheutje witte wijn of limoensap, houdt ‘t fris
Voor de saus die alles sloopt:
200 ml kokosmelk, dik en vol
1 el sambal oelek (meer als je vuur wilt)
1 tl garnalenpasta (terasi), ff roosteren
1 el palmsuiker, hak ‘t fijn
2 candlenoten, licht geroosterd en gemalen
Sap van 1 limoen, voor de finish
Verse kruiden – basilicum of koriander – om te flexen
Bereiding
Marinade fixen: Gooi die knoflook, gember, kurkuma, pepers, citroengras, limoenblaadjes, tamarinde, kokosmelk, zout en suiker in een kom en meng tot een dikke, geurige pasta. Dit is de motor, dus doe ‘t goed.
Makreel klaarzetten: Snij diagonale inkepingen in die makreel, beide kanten, zodat de marinade diep erin trekt.
Marineer die jongen: Smeer die pasta royaal over de makreel, duw ‘t in de sneden en de buik. Laat ‘m 30 minuten chillen in de koelkast, of 2 uur als je echt wilt flexen met smaak.
Bladeren preppen: Zet die bananenbladeren kort boven een vlam of in heet water tot ze buigzaam zijn. Niet scheuren, hè!
Inpakken als een baas: Leg een bananenblad neer, mik wat tomaat, ui en petai (als je durft) in het midden. Makreel erbovenop, nog wat tomaat en ui erover. Vouw ‘t strak dicht, prik vast met tandenstokers of touw.
Koken, go!: Stoom die pakketjes 20-25 minuten boven kokend water tot de makreel juicy is. Wil je rokerig? Grill ‘m op middelhoog vuur, 10-15 minuten per kant.
Saus die klapt: Terwijl de makreel z’n ding doet, pak een pannetje. Gooi kokosmelk, sambal, garnalenpasta, palmsuiker en candlenoten erin. Laat ‘t sudderen op laag vuur tot ‘t dik wordt. Limoensap erin, proeven, fixen.
Opdienen, legend: Haal de makreel uit ‘t blad, leg ‘m op een dikke schaal. Giet die kokossaus erover of serveer apart als je fancy bent.
Finish ‘m: Strooi wat basilicum of koriander erover, limoen ernaast, klaar om te eten.
Dimitri’s Tips
Geen bananenbladeren? Folie kan, maar je mist die vibe, broer.
Pittigheid fixen? Meer peper in de marinade en saus, doe wat je aankan.
Geen candlenoten? Macadamia’s doen ‘t ook, no stress.
Dit is Ikan Pepesan zoals ‘t hoort: makreel die barst van smaak, met een saus die je knock-out slaat.
Serveer met rijst, geef je tafelgenoten een high-five en geniet. Volgende keer weer wat nieuws, stay tuned!
2: Maak de lente ui schoon en spoel ze af, snij die in fijne ringetjes. Pel de teentjes knoflook en pers ze uit. Schil de gember en rasp die fijn. Snipper de verdikte onderkant van de citroengras en plet ook de kruidnagels in een vijzel.
3: Doe de stukken kip met alle kruiden in een ruime pan, zet alles onder circa 5 dl water en afgedekt op matig vuur ongeveer 20 min zachtjes koken.
4: Was de rijst en laat de rijst in een zeef uitlekken, neem de kip uit de bouillon en doe de rijst daarin , kook de rijst afgedekt in 18 min gaar.
5: Verhit in een wok of grote braadpan de olie, bak de stukken kip in porties daarin al kanten knapperig en goudbruin. Schik de rijst met de kip op een warm bord met een stuk bananenblad.
1. maak de lente ui schoon en snij die in schuine dunne ringetjes.
2. halveer de tempeh overlangs en snij dan in plakken van 1 cm dik, ongeveer 30 stukjes krijg je dan.
3. verhit de olie in een grote braadpan, bak de tempeh in gedeeltes op matig vuur 4 minuten aan beiden kanten goudbruin en krokant, goed doorbakken! Laat de tempeh uitlekken op keukenpapier.
4. bak in overgebleven olie de lente ui, knoflook glazig op matig vuur, sambal palmsuiker toevoegen en afblussen met de ketjaps , 1 minuutje zachtjes stoven en dan de tempeh toevoegen, voorzichtig omscheppen. Kan warm of koud gegeten worden.
500 g varkensschouder, in dunne reepjes gesneden (dun, hè, anders mis je de vibe!)
4 tenen knoflook, fijngehakt tot moes
2 cm gember, geraspt, geen gezeik
1 stengel citroengras, alleen het witte stuk, fijngehakt
Sap van 1 limoen, fris als de pest
2 el vissaus, umami-bommetje
2 el palmsuiker (of bruine suiker, whatever werkt)
1 tl gemalen koriander, voor die diepte
Stoofwerk (waar het echt begint)
200 ml kokosmelk, creamy goodness
2 limoenblaadjes, even kneuzen voor de geur
1 rode paprika, in dunne reepjes
1 ui, halve ringen, lekker grof
100 g champignons, in plakjes, bam!
2 Thaise rode pepers, fijngehakt (minder als je niet tegen de hitte kan)
Saus (de finishing move)
4 el ketjap manis, zoet en sticky
1 el tamarindepasta, zuurtje erin
1 tl sesamolie, nootachtig randje
Toppings (voor de show)
Handvol verse koriander, grof gehakt
Limoenschijfjes, want classy
Geroosterde sesamzaadjes, crunch-time
Bereiding
Marinade fixen
Gooi die knoflook, gember, citroengras, limoensap, vissaus, palmsuiker en koriander in een kom. Roer tot die suiker smelt.
Dun gesneden varkensreepjes erin, husselen tot alles nat is. Dek af, koelkast in, minimaal 2 uur. Nachtje laten staan? Nog beter, smaak knalt dan je kop eraf.
Wokken en stoven.
Wok op het vuur, hoog, geen gepruts. Reepjes erin met marinade, kort aanbakken tot ze kleur krijgen – paar minuten max.
Kokosmelk erin, limoenblaadjes erbij, aan de kook. Vuur laag, deksel erop, 30 minuten laten pruttelen tot die reepjes juicy zijn.
Paprika, ui, champignons en pepers erin smijten. Nog 10-15 minuten, groenten moeten beet houden, geen pap.
Saus erin knallen
Ketjap manis, tamarindepasta en sesamolie in een bakje mixen. Glad? Mooi.
Over het vlees en groenten heen gieten, goed roeren, 5 minuten laten bubbelen. Smaken gaan nu next level.
Afronden en flexen
Op een grote schaal kwakken. Koriander erover strooien, limoenschijfjes erop, sesamzaadjes voor de bling.
Serveren met jasmijnrijst, of noedels als je ballen hebt.
Waarom dit rockt
David Thompson’s Thaise vibes zitten in die limoenblaadjes en vissaus, Yotam Ottolenghi dropt z’n magie met die tamarinde-ketjap-combo. Die dunne reepjes varkensvlees? Sneller gaar, meer smaak, bam in je bek. Dit is geen standaard prak, dit is een smaak-rave!
1: Was de rijst tot dat het water helemaal helder is, doe de rijst in een goed sluitende pan met doe er 4 dl licht gezouten water bij. Breng aan de kook en zet dan het vuur lager, laat de rijst goed afgedekt in 15-18 min gaar worden. Neem wanneer al het water is opgenomen en de rijst droog is van boven de pan van het vuur. Laat de rijst nog ongeveer 10 min afgedekt wellen.
2: Pel de sjalotten en knoflook en snipper ze fijn. Druk de trassi met de achterkant van een lepel fijn en meng dat door de ui en knoflook.
3: Verhit een ruime koekenpan 1 eetlepel olie op matig vuur, klop in een kom de eieren los en bak op matig vuur een omelet, snij die in reepjes en leg dat op een bord terzijde.
4: Verhit de resterende olie in een wok bak zachtjes de spek uit en voeg dan de uien/knoflook/trasi toe en laat dit glazig worden op laag vuur, voeg nu de rijst toe en schep hem al roerend om op hoog vuur ongeveer 3-4 min om. Doe de ketjap, sambal, omelet reepjes, prei/selderij en magi erbij en vermeng ze goed met de rijst, bak het geheel nog zo’n 3 min onder constant omscheppen.
5 dl olie om te frituren maar bakken in een pan kan ook.
Bereiding
1. Doe het vlees in een ruime kom. Roer de trassi met de palmsuiker los in ½ dl kokend water. Voeg de fijngesneden sjalot en knoflook toe, schil de gember en rasp hem boven de kom. Voeg de kokos, ketjap, kokosmelk, kruiden en zout toe en vermeng alles goed met elkaar. Voeg het gehakt toe en meng dit ook goed door elkaar.
2. Draai van de balletjes ongeveer 30 balletjes, verhit de olie tot 180 graden en frituur de balletjes in ongeveer 4 goudbruin.